Blog

De jury onder voorzitterschap van Pé Plat- kenner Sjef Damhuis heeft de inzendingen beoordeeld
voor de door Kopje Cultuur uitgeschreven wedstrijd om een gedicht te schrijven in de geest van de
volksdichter Pé Plat uit Thij (1900-1964). De jury was onder de indruk van de diversiteit van de
inzendingen: “Pé schreef veel in de streektaal en over onderwerpen in zijn directe omgeving.
Kennelijk inspirerend voor anderen, gezien de inzendingen. Zijn sfeer en thema’s zijn erin
herkenbaar. Goed dat hij aan de vergetelheid onttrokken is.” 
Uit de inzendingen van dit jaar heeft de jury deze keer 3 winnaars vastgesteld, die zo dicht bij elkaar
liggen dat geen volgorde bepaald kon worden. 

Inge Klumper-Eleveld met Riem’n en dicht’n
Zij schrijft in de streektaal en blijft heel dicht bij het werk van Pé Plat, weeft zelfs frases uit zijn werk
door het hare. Ze sluit af met een krachtig pleidooi voor het dichterschap: 
loat oe moar goan in oen verdriet, man,
of juust in bliede en mooie moment’n
skrief t op, loat oe niet aan de kaante zett’n,
ie bin toch een dichter .. of niet dan

Femmy Woltman-Groen met Riekdom in De Kop
Zij beschrijft geheel in de stijl van Pé Plat in de streektaal de schoonheid van de natuur in onze 
directe omgeving. De jury viel o.a. voor de mooie vergelijking van het vlechtwerk van braamtakken
met prikkeldraad.
De ruugte wordt beschreven
as de noture
die in vol ornaat lig te pronken
Oneindig het versperde pad
waor brummeltakken
as schrikdraod het waark doen

Carla van der Veen met De stroom der eeuwen
Zij bezingt in dit gedicht het ontstaan van ons heuvelachtige gebied onder de machtige invloed van
ijstijden, smeltwater en schurende keien. Om te eindigen met  wat voor altijd blijft en in schoonheid
ons bindt:
Wat bleef was de Aa
stroomde eeuwen gestaedig
en brocht hier weer leevm
en gelôk tezaem
Er kwam zelfs een stad
mit een heel trotse toren
en de keien…
die gaavm an Steenwiek de naem

De drie prijswinnaressen hebben een dinerbon van Bistro De Opschepper gewonnen.

Kopje Cultuur hoopt de gedichtenwedstrijd tot een jaarlijkse traditie te maken. De jury heeft gezien
dat het geroutineerde dichters en mensen die nog nooit de pen daarvoor ter hand genomen hebben
inspireert. Precies wat Kopje Cultuur wil bereiken.

Door Kopje Cultuur is in september een gedichtenwedstrijd uitgeschreven met de opdracht de frase “Domweg gelukkig…” uit het geroemde gedicht “De Dapperstraat” van J.C. Bloem toe te passen in een eigen en eigentijds gedicht. Bloem dichtte “De Dapperstraat” in 1947 en het droeg meteen bij aan de waardering voor zijn dichterschap.

Een jury vanuit Kopje Cultuur en de Stichting J.C. Bloem-Poëzieprijs (Luc Greven, Frans van der Velden en Theo van de Bles) heeft de inzendingen beoordeeld. Ze waren onder de indruk van de kwaliteit van de inzendingen: “Kennelijk inspireert Bloem’s “Domweg gelukkig” direct tot vergelijkbare weemoed en ook lichtheid. We herkennen bij veel van de deelnemende dichters de sfeer die Bloem heeft willen oproepen.”

Ingenet van Popta-Molenaar uit Steenwijk is met het gedicht “Later” de winnares geworden.

Later
Ze zou zo graag

Nog eens een keer
-een keertje maar-
Klein willen zijn
Willen zitten
Tussen zijn twee armen
Voor op de fiets
Veilig en geborgen
Domweg gelukkig
Nog onwetend
Van later

En dan willen
Zwaaien
Zwaaien in
Haar witte zomerjurkje
Naar de mensen
Op straat
En de vogels
In de lucht

Maar nu
Is ze groot
Haar vader dood
En ze weet ook
Van later

De jury waardeert “…de prachtige opstap van “Later” met Ze zou zo graag Nog eens een keer – een keertje maar – Klein willen zijn dat de lezer meteen in de nostalgische sfeer trekt en de keuze voor de voor eenieder voorstelbare domweg gelukkigste plek op aarde: tussen de armen van vader, voor op de fiets. Al snel wordt in het gedicht een dreiging geïntroduceerd: Domweg gelukkig Nog onwetend Van later. Het middendeel is nog vol lichtheid. Het naïeve kind geniet van het moment: Zwaaien Zwaaien in Haar witte zomerjurkje. Om dan aan het slot een Bloem-waardige, harde overgang te maken naar de wetende volwassenheid: Maar nu Is ze groot Haar vader dood En ze weet ook Van later. Het is kort, het is licht, met een ruwe rand. Het raakt zo de werkelijkheid zoals Bloem dat kon.”

Bloem woonde de laatste jaren van zijn leven in Kalenberg. Hij is daar in 1966 overleden en ligt begraven bij het kerkje in Paasloo.